Rudolf Steiner: Karma is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult

Hier kan men onderwerpen plaatsen zoals : wijsheid , inzicht , tarot , orakels enz.
Gebruikersavatar
taigitu
Professor
Berichten: 9387
Lid geworden op: 04 dec 2011, 14:37

Rudolf Steiner: Karma is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult

Bericht door taigitu » 12 jan 2018, 11:27

Karma is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult

In het leven van ieder mens treden voortdurend gebeurtenissen op die met zijn verdienste of schuld in het verleden niets te maken hebben. Zulke gebeurtenissen vinden hun karmische compensatie (Duits: Ausgleich) in de toekomst. Wat mij nu schuldeloos treft, daarvoor zal ik in de toekomst schadeloos worden gesteld. Dit ene is juist: niets blijft zonder karmische vereffening. Of echter een belevenis van de mens de werking van zijn karmisch verleden of de oorzaak van een toekomstig karma is: dat moet in elk afzonderlijk geval vastgesteld worden. En dat kan niet door het aan de fysieke wereld gewende verstand, maar uitsluitend door de occulte ervaring en waarneming worden beslist.

Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS – juli 1904 (bladzijde 363)

Karma/Ziekte/Gezondheid

Zoals in alle dingen die de mensen betreffen, mag met betrekking tot gezondheid en ziekte de zaak niet zo opgevat worden, alsof ze zonder meer “straf” en “beloning” zouden zijn voor wat de mens in een vroeger of wellicht zelfs in dit leven heeft begaan. Er kan bijvoorbeeld een persoon door een ziekte getroffen worden, waarvoor geheel geen oorzaak aangewezen kan worden, noch in het voorgaande, noch in het huidige leven. Dan treedt de ziekte in zekere zin als eerste gebeurtenis in de mens zijn levensloop op, zij is zelf een eerste oorzaak. Zij zal dan haar uitwerking op enigerlei wijze in de volgende levensloop met zich meebrengen. De wet van karma werkt zeer zeker overal; men moet echter niet geloven dat men overal alleen werkingen heeft, waarvan de oorzaken in het verleden liggen; men kan ook met oorzaken te maken hebben, waarvan de gevolgen in de toekomst zullen liggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908 GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE (bladzijde 404-405)


Karma/Erfelijkheid (1)


Onze ziel die neerdaalt uit de geestelijke wereld wordt aangetrokken tot een ouderpaar, tot een familie, waar eigenschappen kunnen worden geërfd, die het meest verwant zijn aan de behoeften van de ziel. Maar zij zijn nooit helemaal hetzelfde als de behoeften van deze ziel. Dat is in ons lichaam niet mogelijk. Er is altijd een zeker niet-overeenstemmen tussen wat er is aan erfelijke krachten en aan wat de ziel in zichzelf heeft op grond van haar voorgaande levens. En het gaat er enkel om dat de ziel sterk genoeg is om alle in de lijn van de erfelijkheid gegeven weerstanden te overwinnen, dat het haar mogelijk is haar organisatie in de loop van het hele leven zo te vormen dat zij overwint wat niet bij haar past. Daarin zijn de mensen zeer verschillend. Er zijn zielen die door hun voorgaande levenslopen zeer sterk geworden zijn. Zulke zielen moeten nu eenmaal in het meest geschikte lichaam worden geboren, niet in het absoluut passende lichaam. Zij kan nu zo sterk zijn, dat zij alles wat niet bij haar past bij benadering overwint, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn.

We zullen dit in detail nagaan en daartoe naar onze hersenen zien. Als we dit instrument van ons voorstellings- en gedachtenleven beschouwen, dan erven wij het als fysiek instrument vanuit de lijn van onze voorouders. Het is zo in zijn fijnere windingen en kronkelingen gevormd vanuit de rij van onze voorvaderen. Tot op zekere hoogte zal de ziel altijd door innerlijke kracht kunnen overwinnen, wat niet bij haar past, en zijn werktuig aan zijn krachten kunnen aanpassen; maar slechts tot op zekere hoogte. De sterkere ziel kan dat meer, de zwakkere ziel kan het minder. En hebben wij door omstandigheden die kunnen voorkomen, de onmogelijkheid door onze zielskrachten de tegenwerkende gesteldheid en organisatie van de hersenen te overwinnen, dan kunnen wij het instrument niet naar behoren hanteren. Dan treedt op wat we zouden kunnen noemen: de onmogelijkheid dit instrument goed te gebruiken, in zekere zin een geestelijke afwijking, een geestelijke ziekte, zoals men het noemt. Er komt ook aan de dag, wat men een melancholisch temperament noemt, doordat bepaalde delen in ons organisme niet overwonnen kunnen worden door de krachten van de ziel die daartoe niet sterk genoeg zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn 26 januari 1909 (bladzijde 211-212)

Bron: http://ridzerdvandijk.wordpress.com
...................................................................................Afbeelding

Plaats reactie